donderdag 15 september 2011

Subliem

We hadden met zijn vieren al de hele nacht gewerkt. Tentamens en jurydagen brengen de werker boven in de student. De hele woonkamer is bezaaid met papier en materiaal voor maquettes. Ik lig op de bank te lezen, maar kan mijn ogen bijna niet meer open houden. Plots wordt de woonkamer fel verlicht en volgt er een knal. Onweer! We veren allemaal overeind. Als de volgende flits komt rennen we de zolder op.

Daar hebben we een van die zeldzaam perfecte momenten. De zolder is duister en knus, we staan er met zijn vieren schouder aan schouder voor het raam en kijken hoe het licht de hemel open slaat en hoe uit die scheuren dikke stromen water komt. Dit is wat men bedoeld met subliem. In het aangezicht staan van iets dat groter is dan je kan bevatten. Gruwelijk en prachtig tegelijk.

Mijn huisgenoten gaan weer aan het werk en ik sta ook weer midden in de woonkamer op het slagveld van de productiviteit. Ik moet weer aan het werk, maar ik zou niet kunnen als ik het zou willen. Het is alsof de bliksem bij mij heeft ingeslagen. Ik tintel van onrust.

Het had al weken niet geregend, de geur van de regen kruipt door elke spleet het huis binnen en ik wil meer. Ik hol de trappen af naar onze kleine binnenplaats. Daar sta ik naast de rozenstruik en onder de blauwe regen en het is alsof nog nooit zo iets heb geroken.

De stad was zo droog geworden dat alle geuren samengeklonterd op het stof één bruine brij was geworden. Maar nu de regen al het stof verdronken had was elke geur weer puur. De planten, de aarde, het hout van de deur. Het leek alsof ik het glas zelfs kon ruiken.

Het is inmiddels bijna vijf uur in de ochtend maar ik word verder getrokken, de poort door de straat uit, en nog een en nog een, ik blijf maar lopen. Ver boven de daken van de stad zie ik nog steeds bliksem, het druppelt nog een beetje en overal is er geur. Pure geïsoleerde kleuren voor de neus. Het is zo mooi. Het asfalt, de meidoorn, het hooi geworden gras een berg afval. De bakker heeft al brood in de oven. Achter een mossig muurtje hangt de geur van de barbecue nog onder een parasol en ik blijf maar lopen.

Geen opmerkingen: