donderdag 15 september 2011

De potvissen van de stad

Ik ben dol op trams, ik denk zelfs dat ik ze een beetje nodig heb. Niet perse om er mee van de ene plek naar de andere te komen, dat lukt me ook wel met de fiets, maar ik heb ze voornamelijk in mijn directe omgeving nodig.

Hun hele wezen vind ik magisch. Vooral midden in de nacht als de gehele wereld alleen nog maar oranje is van de straatverlichting of zwart is van het donker en je hoort voorbij de bocht de tram aankomen. Dat is toverachtig. Piepend en zingend verschijnt hij om de bocht en steeds vind ik hem weer verbazingwekkend, bijna etherisch door de bleek groene verlichting die door de ramen schijnt.

Als ik dan 's nachts naar mijn lief fiets, en er bijna niemand meer op straat is, fiets ik wel eens op met éen van die trams. Dan peddel ik uit alle macht om naast die tram te blijven fietsen. Als een enorme fluoriserende potvis glijdt hij naast mij door het donker. Onverstoorbaar op zijn rails, heel bedaard maar toch net altijd iets sneller dan ik. Ik voel mij dan altijd kleiner worden.

Zingend trekt hij dan door de bochten en ik waan mijzelf op de bodem van een peilloze oranje verlichte zee, helemaal alleen met enkel dit enorme wezen dat mij nooit zal opmerken. Niet de tram zelf en ook niet de mensen in zijn oplichtende ingewanden, hoe hard ik ook fiets.

Ook als ik gewoon thuis ben op mijn kamer weet ik mij in de verte omringd door trams en ik hoor hun lied als ze door de bochten schuiven.

Je bent vast bekend met die natuur cd's met diepzeegeluiden en jankende bultruggen. Ze zouden er eentje moeten maken met de geluiden van lijn negen die met een ruime bocht over het Rijswijkseplein schuift. Het is het geluid van thuis.

Zelfs toen ik begin augustus op vakantie was in een prachtig landelijk gebied, zocht ik tussen de krekels en andere natuurgeluiden onbewust naar de trams. De potvissen van de stad.

Soms maak ik me een beetje zorgen om mezelf.

Geen opmerkingen: