donderdag 15 september 2011

Een uurtje afleiding

'Zo He!' verzucht de enorme kerel voor mijn deur om mij te kennen te geven dat hij mijn doolhof van een gebouw maar moeilijk kan waarderen. Verhit lachend hoofd, tondeuse kort grijs haar, blauwe trui en een gereedschapskist. Hij is hier om mijn chronisch kapotte ramen te repareren.

De laatste keer stuurden ze een jonge loodgieter! Hij is toen maar wanhopig aan mijn ramen gaan hangen tot ze uiteindelijk toch naar beneden klapten. Zijn advies; 'laat ze maar gewoon dicht.'

De aannemer klopt en wrikt wat aan de ramen, concludeert dat hij er niets aan kan doen en dat er een specialist moet komen.

Het kan mij inmiddels niet veel meer schelen, bovendien maak ik me enorm druk over mijn studie. Ik wil hem eigenlijk gewoon weer weg hebben om in mijn eentje stress te hebben, maar de aannemer gaat zitten en barst los in een bijna waanzinnige spraakwaterval.

Zo ontdek ik dat hij ooit bij iemand thuis was met twee pitbulls. Hij aaide er eentje waarop de honden in een zeer bloederig gevecht raakten om de aannemer zijn affectie, toen hij de honden uit elkaar had gekregen zat er overal bloed op de buren en was een van de honden zijn oor en linkerlip kwijt. Geheimzinnig vertelt hij vervolgens over een zeer beroemde, maar niet nader te noemen pianist met een open kast vol zwepen en tuigjes en over een van top tot teen bedekte moslima, die zodra haar man naar het werk was vertrokken bijna helemaal naakt om hem heen bleef drentelen. En over die ene keer dat hij weigerde te werken bij een veel te rijke sadist die zijn hoogzwangere vrouw mishandelde.

Halverwege schenk ik hem een groot glas net te zoete citroen limonade in en blijf met grote ogen luisteren, naar de verhalen over alle maffe mensen die hij ooit tegenkwam en waarvan hij steeds weer zegt; 'he, het gaat mij niet aan, je doet maar.' Na ruim een uur is de limonade op en vertrekt hij naar de volgende klus. Ik vraag me af of ik daar in zijn volgende relaas zal voorkomen.

'Vriendelijk meisje, maakt haar limonade veel te zoet. Ze leek een beetje treurig, dus ik dacht ik leid haar maar een uurtje af van waar ze zich ook zorgen over maakte, 'k dacht dat doet haar vast goed.'

De potvissen van de stad

Ik ben dol op trams, ik denk zelfs dat ik ze een beetje nodig heb. Niet perse om er mee van de ene plek naar de andere te komen, dat lukt me ook wel met de fiets, maar ik heb ze voornamelijk in mijn directe omgeving nodig.

Hun hele wezen vind ik magisch. Vooral midden in de nacht als de gehele wereld alleen nog maar oranje is van de straatverlichting of zwart is van het donker en je hoort voorbij de bocht de tram aankomen. Dat is toverachtig. Piepend en zingend verschijnt hij om de bocht en steeds vind ik hem weer verbazingwekkend, bijna etherisch door de bleek groene verlichting die door de ramen schijnt.

Als ik dan 's nachts naar mijn lief fiets, en er bijna niemand meer op straat is, fiets ik wel eens op met éen van die trams. Dan peddel ik uit alle macht om naast die tram te blijven fietsen. Als een enorme fluoriserende potvis glijdt hij naast mij door het donker. Onverstoorbaar op zijn rails, heel bedaard maar toch net altijd iets sneller dan ik. Ik voel mij dan altijd kleiner worden.

Zingend trekt hij dan door de bochten en ik waan mijzelf op de bodem van een peilloze oranje verlichte zee, helemaal alleen met enkel dit enorme wezen dat mij nooit zal opmerken. Niet de tram zelf en ook niet de mensen in zijn oplichtende ingewanden, hoe hard ik ook fiets.

Ook als ik gewoon thuis ben op mijn kamer weet ik mij in de verte omringd door trams en ik hoor hun lied als ze door de bochten schuiven.

Je bent vast bekend met die natuur cd's met diepzeegeluiden en jankende bultruggen. Ze zouden er eentje moeten maken met de geluiden van lijn negen die met een ruime bocht over het Rijswijkseplein schuift. Het is het geluid van thuis.

Zelfs toen ik begin augustus op vakantie was in een prachtig landelijk gebied, zocht ik tussen de krekels en andere natuurgeluiden onbewust naar de trams. De potvissen van de stad.

Soms maak ik me een beetje zorgen om mezelf.

Het wonder van Meerhem

Eerst stak mijn huisgenoot zijn hoofd om de deur, en toen zagen we de plastic draagkoffer met deurtje de hoek om komen. Daar was ze dan! Vers uit het asiel, ons nieuwe favoriete wezen in de hele wereld. Ze was de perfectste zwart witte kitten die je ooit zal zien. Het eerste wat ze deed toen het deurtje open gezet werd was langs de moeilijkste weg naar de keuken klauteren. Een ware avonturierster.

Wij wonen aan de Meerhem in Gent, dus die avond doopten wij haar Milágros van Meerhem. Het wonder van Meerhem. Roepnaam: Mila.

Ik weet dat iedereen altijd denkt dat hun huisdier het beste huisdier is van de wereld, maar Mila is oprecht de beste kat.

Elke dag is een avontuur met Mila in huis. Samen voor de eerste keer een middagdutje doen, de eerste keer dat je haar buikje mag aaien en ontdekken dat dit de zachtste plek van de wereld is. Spelen met de stoffen muis aan een elastiekje, waar ze staand op haar achterpoten naar slaat met wapperende voorpootjes als een bizarre vogelverschrikker. Paniek omdat we haar even niet kunnen vinden en de ramen staan open, en haar vervolgens ontdekken onder het bad, diep in slaap met een nat hoofdje omdat er daar iets druppelt. Een film kijken met een spinnend bontballetje op je borst.

Elke avond als ik me klaarmaak voor bed zit zit er een mini-monster onder mijn bank dat met zachte voetjes naar mijn blote tenen hengelt. Ze schiet dan onder de bank vandaan, klauwend en bijtend in de rand, wit buikje naar boven, als ze niet direct beet heeft, wriemelt ze zich weer achterstevoren terug, zacht gestommel en ze springt van onder het bed vandaan dat aan de andere kant van de kamer staat, terwijl ik nog als een idioot voor de bank zit te koeren. Natuurlijk doet ze dit op haar vogelverschrikker manier met twee wapperende voorpootjes, zonder nagels, want zoals ik al zei: Mila is de beste kat.

Haar naam suggereert het al: Mila is van de Meerhem en hier zal zij blijven als ik aankomende maandag definitief weer terug naar Den Haag verhuis.

Ik zal haar missen.

Zaadjes

Zes jaar geleden bezocht ik de kust van Peru. Het was mistig, de lucht en het water waren loodgrijs en uit de golven staken donkerbruine rotsen met langs de onderkant glanzend groene algen en wieren die steeds door het water werden opgeslokt en weer losgelaten. Op de rotsen lagen zeehonden, hun huid glad en bijna zwart. Ook de pinguïns waren gitzwart, hun dof witte buikjes waren bijna het enige licht in de omgeving. Een gigantische zwerm aalscholvers kwam geruisloos voorbij zweven en verdween weer in de mist. De wereld was stil, donker en melancholisch.

In een wit betegeld eethuisje aten we verrukkelijke verse vis toen de deur open klapte en er een stoet kleur binnen stroomde. Acht inheemse vrouwen met hun armen van polsen tot ellebogen gevuld met kettingen in allerlei soorten kraaltjes en zaadjes. De opvallendste kettingen waren gemaakt van grote zaden in een zinderende kleur oranje, maar beïnvloed door de sobere omgeving koos ik alleen maar snoeren uit van kleine donkerbuine zaadjes en glazen kraaltjes.

Een van de vrouwen keek bezorgd naar mijn buit, schoof toen haar koopwaar hoger op haar armen en begon in de zakken te zoeken van haar rok. Ze greep mijn hand en legde er drie oranje zaadjes in, vouwde mijn vingers er dicht overheen en hield mijn hand stevig vast terwijl ze iets in Quechua zei dat ik niet verstond.

Zes jaar lang heb ik deze zaadjes in mijn portemonnee bij me gedragen. Afgelopen woensdag haalde ik mijn portemonnee leeg om overbodigheden er uit te halen en ook de zaadjes heb ik er niet in teruggestopt.

Zelden heb ik zo'n rotdag gehad. Ongelukjes, gesloten loketten, onprettig mensen en later mijn portemonnee gestolen. Het kost me zeker honderd euro en een heleboel tijd om alles terug te krijgen wat ik er in had zitten. Ik ben niet bijgelovig, maar je zal vast begrijpen dat het eerste wat ik in mijn nieuwe portemonnee zal stoppen, die oranje zaadjes zijn.

Subliem

We hadden met zijn vieren al de hele nacht gewerkt. Tentamens en jurydagen brengen de werker boven in de student. De hele woonkamer is bezaaid met papier en materiaal voor maquettes. Ik lig op de bank te lezen, maar kan mijn ogen bijna niet meer open houden. Plots wordt de woonkamer fel verlicht en volgt er een knal. Onweer! We veren allemaal overeind. Als de volgende flits komt rennen we de zolder op.

Daar hebben we een van die zeldzaam perfecte momenten. De zolder is duister en knus, we staan er met zijn vieren schouder aan schouder voor het raam en kijken hoe het licht de hemel open slaat en hoe uit die scheuren dikke stromen water komt. Dit is wat men bedoeld met subliem. In het aangezicht staan van iets dat groter is dan je kan bevatten. Gruwelijk en prachtig tegelijk.

Mijn huisgenoten gaan weer aan het werk en ik sta ook weer midden in de woonkamer op het slagveld van de productiviteit. Ik moet weer aan het werk, maar ik zou niet kunnen als ik het zou willen. Het is alsof de bliksem bij mij heeft ingeslagen. Ik tintel van onrust.

Het had al weken niet geregend, de geur van de regen kruipt door elke spleet het huis binnen en ik wil meer. Ik hol de trappen af naar onze kleine binnenplaats. Daar sta ik naast de rozenstruik en onder de blauwe regen en het is alsof nog nooit zo iets heb geroken.

De stad was zo droog geworden dat alle geuren samengeklonterd op het stof één bruine brij was geworden. Maar nu de regen al het stof verdronken had was elke geur weer puur. De planten, de aarde, het hout van de deur. Het leek alsof ik het glas zelfs kon ruiken.

Het is inmiddels bijna vijf uur in de ochtend maar ik word verder getrokken, de poort door de straat uit, en nog een en nog een, ik blijf maar lopen. Ver boven de daken van de stad zie ik nog steeds bliksem, het druppelt nog een beetje en overal is er geur. Pure geïsoleerde kleuren voor de neus. Het is zo mooi. Het asfalt, de meidoorn, het hooi geworden gras een berg afval. De bakker heeft al brood in de oven. Achter een mossig muurtje hangt de geur van de barbecue nog onder een parasol en ik blijf maar lopen.

woensdag 15 juni 2011

Schaap


Animation by Catinka Kersten
Music by Gustavo Santaolalla

zondag 24 oktober 2010

Digital Presentation


A short film about the way I work. I used the process of preparing a dish as a metaphor for the process of creating a work.
It is spoken in dutch. I am sorry there is no translation as for now.
video